Masterproef Informatica

De masterproef (30 studiepunten) vormt samen met de stage het sluitstuk van de masteropleiding. Ze kan enkel opgenomen in het jaar waarin je kunt afstuderen. De bedoeling is dat je je zelfstandig inwerkt in een gespecialiseerd en actueel onderwerp binnen één van de vele kennisdomeinen uit de informatica en daar grenzen probeert te verleggen. Hier wordt de mogelijkheid geboden om je te verdiepen en te bekwamen in de praktische toepassing en onderzoekskunde kant van informatica op maatschappelijk belangrijke problemen afkomstig uit het interdisciplinair wetenschappelijk onderzoek, de industrie, de bedrijfswereld en de openbare sector.

Onderwerp kiezen

Je kiest het jaar voordien (het kiesjaar) een onderwerp, zodat je een vliegende start kunt nemen. Omdat je veel tijd zult steken in je masterproef kies je best een onderwerp waar je interesse in hebt. De proffen en onderzoekers van de vakgroep staan het hele jaar open om onderwerpen en eigen voorstellen te bespreken. Tijdens het kiesjaar is eveneens er een infomoment waarop de verschillende vakgroepen hun onderzoek toelichten.

Mogelijkheden

Er zijn 2 soorten onderwerpen te kiezen:

  1. Een eigen onderwerp dat je voorstelt aan een promotor 1. Als die je kan begeleiden, plaatst die jou onderwerp op Plato, zodat jij het met voorgang kunt selecteren.
  2. Een onderwerp uit de lijst van voorgestelde onderwerpen op Plato.

Beginnen aan je masterproef

De masterproef kan enkel opgenomen worden in het jaar waarin je kunt afstuderen als master (het doejaar). De examencommissie maakt voor 1 juli van het kiesjaar bekend of je aan je masterproef mag beginnen (normaal gezien krijgen alle studenten hun onderwerp als ze dat jaar kunnen afstuderen). Eens goedgekeurd zul je contact moeten opnemen met je promotor om te bespreken wat die precies van jou verwacht. Je kunt dan ook bespreken op welke momenten jullie kunnen samenzitten om de vooruitgang te bespreken.

Studenten die in het kader van hun masterproef een onderzoek uitvoeren in samenwerking met een bedrijf zijn verantwoordelijk voor de ondertekening van een masterproefovereenkomst. Het masterproefcontract wordt in drievoud ondertekend door alle betrokken partijen en nadien bijgehouden door de student, het bedrijf en de facultaire studentenadministratie. De promotor registreert in Plato dat er wordt gebruik gemaakt van dergelijke overeenkomst.

Onderdelen van een masterproefschrift

Je schrijft best doorheen het jaar al tekst voor je masterproefschrift. In deze sectie bespreken we de verschillende delen die het bevat. In de volgende sectie staat de volgorde van deze delen opgelijst.

Voorblad (via Plato)

Het voorblad van je masterproefschrift laat je genereren door Plato eens de titel en de begeleidingscommissie van je masterproef vastliggen. Ga zeker na of alle gegevens hierop juist zijn (promotor, begeleiders, titel, …).

De samenvatting (max. 1 pagina)

In de “gewone” samenvatting vertel je bondig (max. 1 pagina) de opzet en de conclusies van je masterproef. Ze wordt gebruikt om snel te weten wat de bijdragen en doelen van je werkstuk waren.

Een masterproefschrift in de informatica moet altijd een Nederlandstalige samenvatting bevatten. Masterproeven in het Engels moeten een Nederlandstalige en Engelstalige samenvatting hebben.

Vulgariserende samenvatting (max. 1 pagina)

In de vulgariserende samenvatting leg je de belangrijkste inzichten uit je masterproef uit aan “een breder wetenschappelijk publiek”. Dit onderdeel maakt duidelijk aan mensen buiten jouw vakgebied (zoals je ouders, grootouders, mensen op café, …) welke bijdrage je hebt geleverd in je thesis.

Als je thesis bijvoorbeeld gaat over feature selectie in machinaal leren brengt je samenvatting:

  • Wat machinaal leren is;
  • Waarom het nuttig is;
  • Wat feature selectie is en waarom het nodig is binnen machinaal leren;
  • Welke technieken je hebt ontwikkeld om goede feature selectie te doen.

Bij een vulgariserende samenvatting is het zeker nuttig om te zoeken naar voorbeelden die begrijpbaar zijn het brede publiek. Bijvoorbeeld: “Feature selectie kan gebruikt worden om te bepalen welke eigenschappen een wielrenner een goede kopman maakt”.

Voor zij die bekend zijn met de ELI5 (Explain Like I’m Five) subreddit: jouw vulgariserende samenvatting zou in principe daar gepost moeten kunnen worden.

Tip: Je vulgariserende samenvatting moet niet noodzakelijk een lopende tekst zijn.

Extended Abstract (min 2 pagina’s max. 6 pagina’s)

De extended abstract van je masterproef is een wetenschappelijk paper die zou kunnen gepubliceerd worden in een tijdschrift binnen het vakgebied dat je hebt gekozen. Dit onderdeel vat al het werk dat je deed samen in 2 á 6 pagina’s. De begeleider van je thesis kan je vertellen welke stijl je moet hanteren en/of welke template je moet gebruiken. Als je masterproef in het Engels is geschreven moet je ook een Nederlandse vertaling van je extended abstract toevoegen.

Toelating tot bruikleen (1 pagina)

Alle masterproeven met een examencijfer vanaf 10/20 worden door de universiteitsbibliotheek elektronisch beschikbaar gemaakt binnen de UGent. Masterproeven die 14/20 of meer behalen, komen in het open access-systeem van de universiteitsbibliotheek, zonder afbreuk te doen aan de rechten van de auteur.

Om deze publicatie mogelijk te maken moet jij als auteur toelating hiervoor geven. Daarvoor plaats je onderstaand stuk tekst op een pagina getiteld “Toelating tot bruikleen”.

De auteur geeft de toelating deze masterproef voor consultatie beschikbaar te stellen en delen van de masterproef te kopiëren voor persoonlijk gebruik. Elk ander gebruik valt onder de bepalingen van het auteursrecht, in het bijzonder met betrekking tot de verplichting de bron uitdrukkelijk te vermelden bij het aanhalen van resultaten uit deze masterproef.

  • Plaats je naam en de datum van indienen onder deze verklaring.
  • Plaats je handtekening onder je naam.

Masterproef in samenwerking met een bedrijf: Als je een masterproef doet bij een bedrijf kan het zijn dat sommige delen van jouw thesis niet vrij mogen worden gegeven. Bespreek met je promotor en het bedrijf wat wel en niet gepubliceerd mag worden (en voor hoe lang).

Corpus

In het corpus van je masterproefschrift beschrijf je het nodige gerelateerd werk en vertel je in detail wat jou bijdrage is. Zorg bovendien voor voldoende referenties.

  • Vanaf het corpus nummer je de pagina’s met Arabische cijfers (1, 2, 3 …), waarbij de eerste pagina van het eerste hoofdstuk het cijfer 1 krijgt.
  • Elk hoofdstuk is genummerd met een Arabisch cijfer beginnend bij 1.
  • Figuren, codevoorbeelden en tabellen worden genummerd. Als dit nuttig is, kan op het einde een lijst van figuren, codevoorbeelden en/of tabellen worden opgenomen.

Tips over academisch schrijven vind je in het UGent studentenportaal.

Bibliografie

In wetenschappelijk werk hebben we het privilege te mogen staan op de schouders van de giganten die ons voorgingen. In de bibliografie lijst je de werken op die je gebruikt hebt doorheen je masterproefschrift op. Hiervoor gebruik je de standaard refereerstijl van het vakgebied waarin je je masterproefonderzoek uitvoert. Vraag jouw promotor welke dit is. Gebruikelijk is de IEEE-stijl.

Appendices

Lange berekeningen, uitgeschreven bewijzen voor lemma’s, technische tekeningen, UML-diagrammen, documentatie van software, enz. die op zichzelf geen wezenlijke bijdrage leveren aan de thesistekst, maar die voor de volledigheid moeten worden opgenomen, plaats je in de appendix. Verschillende appendices worden genummerd met letters (A, B, C, …). Verwijs in je tekst op het gepaste moment naar eventuele bijhorende appendices. Let er op alleen details in de appendices op te nemen en geen hoofdzaken.

Indienen

De officiële indiening van je masterproef is een PDF die je op UFora en Plato indient.

Deadlines

Digitale versie

Zorg ervoor dat je masterproefschrift goed leesbaar is met voldoende grote letters, voldoende grote interlinie en marges. Maak je masterproef niet onnodig lang.

De digitale versie van de masterproef heeft volgende structuur:

  1. Een voorblad (gegenereerd in Plato, geen paginanummer)
  2. Een samenvatting in het Nederlands (ook voor masterproeven in het Engels, maximaal 1 pagina)
  3. Een samenvatting in het Engels (enkel voor masterproeven in het Engels)
  4. Een Engelstalige “extended abstract” (min 2 pagina’s max. 6 pagina’s)
  5. Een Nederlandse vertaling van het “extended abstract” (enkel voor masterproeven in het Engels)
  6. Een vulgariserende samenvatting (minimaal 1 bladzijde, in de taal van de masterproef)
  7. Een dankwoord
  8. De Toelating tot bruikleen
  9. Een Inhoudsopgave
  10. Het corpus van je masterproef (paginanummer 1; hoofdstukken genummerd met Arabische cijfers, beginnend bij 1)
  11. De Bibliografie
  12. Eventuele Appendices (“genummerd” met letters: A, B, C, …)

Als je masterproef ook een code component bevat, overleg dan met je promotor hoe je die beschikbaar maakt. Vergeet niet dat eens je afstudeert, je geen toegang meer zult hebben tot de UGent GitHub en andere plaatsen om data op te slaan van de UGent. Zorg er voor dat je promotor makkelijk aan al je code kan en dat die code en eventuele bijhorende artefacten opgeslagen zijn op UGent infrastructuur. Je bent vrij om de code daarnaast ook ergens anders beschikbaar te stellen.

Probeer, indien mogelijk, er voor te zorgen dat verwijzingen naar hoofdstukken en secties in je PDF klikbaar zijn.

Papieren versie

Je promotor kan je vragen om tot 3 papieren exemplaren in te dienen. De papieren exemplaren worden door de student afgeleverd volgens de principes van duurzaamheid: recto-verso afgedrukt, indien mogelijk op (deels) gerecycleerd papier.

De afgedrukte versie heeft volgende verschillen met een digitale versie:

  • Volgende elementen beginnen op een rechterpagina:
    • elk hoofdstuk
    • de samenvatting in het Nederlands
    • de samenvatting in het Engels (als die er is)
    • alle extended abstracts
    • het dankwoord
    • de toelating tot bruikleen
    • de inhoudsopgave
    • de bibliografie
    • elke appendix
  • Er is een dubbel voorblad. Na het voorblad vooraan de bundel (op de kaft) komt een tweede identieke voorblad aan de rechterkant.

Let op, de afgedrukte versie dient naast bovenstaande verschillen qua inhoud identiek te zijn aan de digitale versie.

Tips:

  • Probeer het gebruik van kleur te vermijden in je masterproef. Het kost namelijk veel meer om pagina’s in kleur af te drukken. Als je toch pagina’s hebt waarop kleur staat, tel die dan. Een kopiecenter kun je vaak een goedkopere prijs geven als je precies kunt zeggen hoeveel pagina’s van je proefschrift kleur bevatten.
  • Een masterproef is veel werk, het kan interessant zijn om een extra versie voor jezelf af te drukken als “souvenir”.

Voortgangsrapport

Ten laatste op 1 december van het doejaar dien je een voortgangsrapport in op Plato. Dit document heeft volgende eigenschappen:

  • Het beschrijft de stand van zaken van je masterproef
  • Het geeft een schets van je plannen voor de volgende maanden.
  • Het is geschreven in de taal van de masterproef.
  • Het bevat volgende gegevens over je masterproef:
    • Jouw naam
    • De (huidige) titel van je masterproef
    • De naam van je promotor(en)
  • Het is 3 á 5 pagina’s lang.

De examencommissie behoudt zich het recht voor om eventueel de taal van de masterproef te wijzigen als het voortgangsrapport aantoont dat de taalvaardigheid van de student onvoldoende is.

Mondelinge presentaties

Tussentijdse presentatie

Tijdens de inhaalweek voor de Kerstvakantie geef je al een tussentijdse presentatie die de stand van zaken van je masterproefonderzoek toelicht. In hoogstens 10 minuten schets je volgende elementen van je masterproef:

  • De probleemstelling
  • De State of the art
  • Het doel van je thesis
  • Eventuele eerste resultaten
  • Planning voor het tweede semester

Na je presentatie is er 5 minuten tijd voor vragen en suggesties van het publiek.

Finale presentatie

Bij het beëindigen van de masterproef wordt een mondelinge uiteenzetting gegeven. Dit is een openbare presentatie, voor zover er geen sprake is van vertrouwelijkheidsvoorwaarden.

De vorm van de finale presentatie is als volgt:

  • 15 minuten mondelinge uiteenzetting
    • Beschrijving probleemstelling en oplossing
    • Eventueel een demo
  • 10 minuten vragen van het publiek

De mondelinge verdediging vindt typisch plaats tijdens de laatste 2 weken van de examenperiode waarin je je masterproef indient.

Beoordeling

Elke masterproef wordt geëvalueerd door een beoordelingscommissie bestaande uit minstens drie leden: één of twee promotoren en één tot drie commissarissen. Minstens één van die commissarissen mag op geen enkele manier betrokken zijn bij de realisatie van je masterproef.

De leden van de beoordelingscommissie beoordelen je masterproef met een eindcijfer dat standaard samengesteld is uit 3 componenten:

  • 50%: je masterproeftekst zelf en/of het product (wetenschappelijke aspecten)
  • 30%: je jaarwerk (praktische en persoonlijke aspecten)
  • 20%: je mondelinge verdediging en hoe goed je in staat bent te antwoorden op de vragen na je verdediging.

Als je buist voor een van deze delen, dan kan de beoordelingscommissie bij consensus beslissen dat je niet slaagt. Slaag je wel, dan moet de beoordelingscommissie staven hoe je toch alle eindcompetenties van de masterproef hebt behaald.


Modaliteiten

Kiesjaar en doejaar

  • Kiesjaar = academiejaar waarin de studenten een masterproefonderwerp kiezen (typisch eerste masterjaar).
  • Doejaar = academiejaar waarin de studenten een masterproef schrijven (typisch laatste masterjaar).

Definitie van de onderwerpen

De voorstellen van masterproefonderwerpen worden door de promotoren of masterproefcoördinatoren bekendgemaakt via de applicatie Plato. Een masterproefonderwerp bevat minstens de titel, probleemstelling, doelstelling en de eindscorepercentages, en kan ook aangevuld worden met de aanduiding of er een samenwerking is met een bedrijf, trefwoorden, een website met meer informatie, de plaats van uitvoering, enz. De masterproefonderwerpen worden geschreven in het Nederlands. Er kunnen eventueel vertrouwelijkheidsaspecten van toepassing zijn. De examencommissie (EC) keurt de onderwerpen goed of af. Indien de EC een onderwerp niet aanvaardt, dient zij hiervoor een inhoudelijke motivering te geven aan de betrokken promotor. De EC maakt de onderwerpen bekend aan de studenten.

Eigen onderwerpen

Studenten kunnen ook zelf een voorstel formuleren voor een eigen masterproefonderwerp. Ze dienen dan tijdig op zoek te gaan naar een of meer promotor(en) met kennis van het onderwerp. De promotor dient het voorstel als regulier onderwerp in Plato in. De EC keurt het voorgestelde onderwerp daarna goed of af. De bovenstaande tijdschema’s worden hierbij gevolgd. De student die het onderwerp indient, heeft prioriteit voor dit onderwerp, maar kan ook nog steeds een ander onderwerp kiezen.

Tijdschema:

  • Formulering van eigen onderwerpen door de studenten: 1 december tot 1 februari van het kiesjaar
  • Ingeven van de onderwerpen door de promotoren in Plato: 1 januari tot 1 maart van het kiesjaar
  • Goedkeuren van de onderwerpen door de EC in Plato: vanaf 1 maart tot 1 april van het kiesjaar
  • Bekendmaken van de onderwerpen door de EC in Plato: vanaf 1 april van het kiesjaar

Keuze door de studenten

Na de bekendmaking van de onderwerpen (en gedurende één maand) kunnen de studenten bij de promotoren en/of externe contactpersonen inlichtingen inwinnen over de voorgestelde onderwerpen. In deze periode hebben de vakgroepen en onderzoeksgroepen de mogelijkheid om allerhande informatieactiviteiten te organiseren om de studenten te helpen bij hun keuze. Elke student maakt via Plato zijn keuze bekend. Deze keuze bestaat uit maximaal drie onderwerpen, gerangschikt naar voorkeur. Zeker voor hun eerste keuze nemen de studenten bij voorkeur persoonlijk contact op met de promotor of de begeleider om al eens kennis te maken en een duidelijk beeld te krijgen van de wederzijdse verwachtingen. Tijdschema:

  • Inwinnen van informatie door de studenten en geven van infosessies op het niveau van de onderzoeksgroepen: vanaf 1 april van het kiesjaar

  • Ingeven van de keuze door de studenten: tussen 1 mei en 31 mei van het kiesjaar

Toekenning van de onderwerpen

Nadat alle studenten hun keuze bekendgemaakt hebben, krijgen de promotoren de kans om studenten al dan niet te aanvaarden als masterproefstudent (bv. indien een student inschrijft op een door een andere student aangebracht onderwerp, of indien de student niet de vereiste voorkennis heeft voor het betrokken onderwerp – er moet echter een gegronde inhoudelijke reden zijn om een student niet te aanvaarden, in de regel worden alle studenten aanvaard). Als er verschillende kandidaten zijn voor hetzelfde onderwerp wordt er aan de promotor gevraagd om een rangschikking op te stellen. Op basis van de keuze van de studenten en de adviezen van de promotoren maakt de EC-voorzitter een voorstel van toekenning en legt dit voorstel voor aan de EC. De beslissing wordt via Plato meegedeeld aan de promotoren en de studenten. Als er vertrouwelijkheidsaspecten van toepassing zijn, wordt de student gevraagd om de betreffende vertrouwelijkheidsverklaring te ondertekenen bij de opstartvergadering tussen student en promotor/begeleider. Studenten die dit document niet wensen te onderschrijven, dienen dit aan hun promotor kenbaar te maken. In dat geval krijgt de student een nieuw of aangepast onderwerp aangeboden dat vrij is van vertrouwelijkheidsvoorwaarden.

Tijdschema:

  • Bekendmaking van de toekenning van de onderwerpen door de EC-voorzitter: vanaf 31 mei en voor 1 juli van het kiesjaar

Promotoren

De verantwoordelijkheid van het opleidingsonderdeel masterproef berust bij één of meer promotoren. Als algemene regel geldt dat er maximaal twee promotoren worden aangesteld. In uitzonderlijke gevallen en mits grondige inhoudelijke motivering kan een derde promotor worden toegelaten. De EC staat hiervoor in. Ten minste één van de promotoren behoort tot een van volgende categorieën en is administratief verantwoordelijk (= ‘promotor 1’ in Plato genoemd):

  • de leden van het zelfstandig academisch personeel
  • doctor-assistenten
  • gepromoveerde onderzoekers in vast of tijdelijk dienstverband van de universiteit en het FWO-Vlaanderen (wetenschappelijk personeel in de graad van postdoctoraal medewerker)
  • gastprofessoren
  • lesgevers aangeduid bij overeenkomst gesloten met een andere universiteit of hogeschool

Begeleiding van de masterproef

Er wordt door de promotor(en) een begeleidingscommissie voorgesteld bestaande uit ten minste twee personen – inclusief de promotor(en) zelf. Deze begeleidingscommissie zal de student tijdens het jaar begeleiden. Het is daarom van belang dat de student van bij het begin van het academiejaar zijn begeleidingscommissie kent en contact kan opnemen. Tijdschema:

  • Bekendmaking van de begeleidingscommissie en ingeven in Plato door de promotor: voor 25 september in het doejaar (start van het academiejaar)

Beoordelingscommissie

Voor elke masterproef stelt de promotor een beoordelingscommissie voor die door de EC dient goed- of afgekeurd te worden. Elke masterproef wordt geëvalueerd door een beoordelingscommissie bestaande uit minstens drie leden, zijnde één of twee promotoren en één tot drie commissarissen. De beoordelingscommissie verschilt ten minste in één lid van de begeleidingscommissie. Ten minste één van de commissarissen is op geen enkele manier betrokken bij de realisatie van de masterproef. Die externe commissaris hoeft niet tot de UGent te behoren. Hij of zij kan geen deel uitmaken van de begeleidingscommissie. Een externe commissaris van de UGent heeft bij voorkeur een doctoraat, maar kan ook een doctoraatsstudent zijn, op voorwaarde dat hij of zij geen link heeft met een van de leden van de begeleidingscommissie. Slechts in uitzonderlijke omstandigheden kan hiervan worden afgeweken mits een omstandige motivering vanwege de promotor en een gunstig advies van de EC. Commissarissen die niet behoren tot de UGent moeten expertise hebben in het domein van de masterproef. Tijdschema:

  • Voorstel van beoordelingscommissie door de promotor: ten laatste eind september van het doejaar
  • Aanstelling van beoordelingscommissie door de EC: vergadering van oktober van het doejaar

Vertrouwelijkheidsaspecten

In onderzoekscontracten kunnen er vertrouwelijkheidsaspecten contractueel bepaald zijn of kan de optie gevrijwaard worden om een uitvindingsaanmelding te kunnen indienen n.a.v. resultaten die bekomen werden uit een masterproef. Het volgen van de vertrouwelijkheidsprocedures gevolgd kan desgevallend van toepassing zijn, of is een verplichting indien de masterproef gerelateerd is aan onderzoek met contractuele vertrouwelijkheidsafspraken. De toepassing van de vertrouwelijkheidsprocedures gedurende de uitvoering van de masterproef belet echter niet dat finaal publiekmaking van de masterproef beoogd wordt. Dit kan door prioriteit te geven aan octrooibescherming van valoriseerbare resultaten en door een embargo op het publiek maken niet langer te nemen dan strikt noodzakelijk (standaard geen embargo tenzij hier gegronde redenen toe zijn).

Masterproefonderzoek in samenwerking met een bedrijf

Studenten die in het kader van hun masterproef een onderzoek uitvoeren in samenwerking met een bedrijf zijn verantwoordelijk voor de ondertekening van een masterproefovereenkomst. Het masterproefcontract wordt in drievoud ondertekend door alle betrokken partijen en nadien bijgehouden door de student, het bedrijf en de facultaire studentenadministratie. De promotor registreert in Plato dat er wordt gebruik gemaakt van dergelijke overeenkomst.

Indienen van de masterproef

Tijdschema (zowel voor indiening in tweedesemester- als tweedekansexamenperiode):

  • Ingeven definitieve titels (Nederlands en Engels), taal en indienperiode door de student, in Plato: ten laatste 1 april van het doejaar
  • Goedkeuring van titels en taal door de promotor: 9 april van het doejaar
  • Goedkeuring van titel en taal door de EC: vergadering van mei van het doejaar
  • Indienen van de masterproef tweedesemesterexamenperiode: 1 juni van het doejaar
  • Indienen van de masterproef tweedekansexamenperiode: 10 augustus van het doejaar

Taal van de masterproef

De masterproef wordt in het Nederlands opgesteld. Uitzonderingen zijn mogelijk in de volgende gevallen:

  • Studenten die hun masterproef in de context van bijvoorbeeld een internationale uitwisseling uitvoeren (inkomende of uitgaande studenten), waar de promotor(en) Nederlandsonkundig zijn, bepalen de taal van de masterproef in overleg met de promotoren.
  • In overleg met de promotor(en) en op uitdrukkelijke vraag van de student kan de masterproef in een Nederlandstalige opleiding in een andere taal dan het Nederlands worden geschreven. De taal van de masterproef wordt door de student aangeduid in Plato en wordt goedgekeurd door de EC. De definitieve taal van de masterproef wordt door de student ingegeven in Plato ten laatste 1 april van het doejaar.

Definitieve titel van de masterproef

De definitieve titel wordt door de student ingegeven in Plato ten laatste 1 april van het doejaar. In Plato voert de student een Nederlandse én Engelse titel in, ongeacht de taal van de masterproef. De titel van de masterproef verschijnt immers op het diplomasupplement dat in beide talen wordt opgesteld. De titel wordt vertaald in overleg met de promotor(en). Na de goedkeuring door de promotor en de EC kan in Plato automatisch een titelblad gegenereerd worden.

Vorm van de masterproef

Informatie in verband met het formaat, het uitzicht, de indeling en dergelijke van de masterproef, is beschikbaar in een document op de website van de opleiding. Aan de masterproef wordt een uit Plato gegenereerd titelblad toegevoegd. De opmaak van het titelblad wordt bepaald door de taal waarin de masterproef geschreven wordt (Nederlands of Engels). Aan het begin van de masterproef wordt een vulgariserende samenvatting en een extended abstract toegevoegd. De vulgariserende samenvatting heeft een standaardlengte van minimaal 1 bladzijde, en communiceert de samenvatting van de masterproef in een taal die begrijpbaar is voor een breed wetenschappelijk publiek. De vulgariserende samenvatting wordt in de taal van de masterproef geschreven. Het extended abstract heeft een standaardlengte van minimaal 2 bladzijden, met een maximum van 6 bladzijden:

  • Aan de Nederlandstalige masterproef wordt steeds een Engelstalig extended abstract toegevoegd.
  • Aan de Engelstalige masterproef in een Nederlandstalige opleiding wordt steeds een Engelstalige extended abstract toegevoegd én een Nederlandse vertaling van de Engelse extended abstract.

Indienen van de masterproef

Studenten dienen hun masterproef in ten laatste 1 juni van het doejaar voor de tweedesemesterexamenperiode en ten laatste 10 augustus van het doejaar voor de tweedekansexamenperiode (ongeveer een maand voor de respectieve deliberatie). Het indienen verloopt elektronisch in pdf. Het pdf-bestand wordt opgeladen in Plato en UFora. Indien de promotor dit wenst, en dit moet de student navragen, wordt de masterproef ook als leesversie op papier ingediend, bijvoorbeeld in evenveel exemplaren als het aantal leden van de beoordelingscommissie. De papieren exemplaren worden door de student afgeleverd volgens de principes van duurzaamheid, bv. recto verso afgedrukt, eventueel op gerecycleerd papier, al dan niet ingebonden, volgens de afspraken met de promotor.

Toegankelijkheid

Alle masterproeven met een examencijfer vanaf 10/20 worden door de universiteitsbibliotheek elektronisch beschikbaar gemaakt binnen UGent. Alle masterproeven die 14/20 of meer behalen, komen in het open access-systeem (van de universiteitsbibliotheek), zonder afbreuk te doen aan de rechten van de auteur, de UGent en derden, voor zover ze niet gebonden zijn aan de vertrouwelijkheidsvoorwaarden. Indien nodig duidt de promotor in Plato aan welk(e) werk(en) onderworpen zijn aan vertrouwelijkheid en vanaf welke datum deze in open access beschikbaar kunnen worden.

Voortgangsrapport

Ten laatste op 1 December van het doejaar dient de student een voortgangsrapport in via Plato.  Dit voortgangsrapport bevat de administratieve gegevens (naam student, titel van de masterproef, promotor(en)) van de masterproef en vat in 3 tot 5 pagina’s samen wat de student tot dan toe verwezenlijkt heeft, en wat er nog de komende maanden gepland is.  Het voortgangsrapport wordt geschreven in de taal van de masterproef.  De EC behoudt zich het recht voor om eventueel de taal van de masterproef te wijzigen indien het voortgangsrapport aantoont dat de taalvaardigheid van de student onvoldoende is.

Tussentijdse evaluatie

Elke student geeft over zijn masterproef een tussentijdse mondelinge uiteenzetting. De organisatie van deze voordracht berust bij de EC. De tussentijdse mondelinge uiteenzetting gebeurt in de inhaalweek voor de Kerstvakantie van het doejaar. De mondelinge uiteenzetting gebeurt in de taal waarin de masterproef is geschreven. De mondelinge uiteenzetting duurt in de regel 15 minuten (10 minuten presentatie en 5 minuten voor vragen) en wordt door de voltallige begeleidingscommissie bijgewoond. Leden van de beoordelingscommissie zijn eveneens welkom maar niet verplicht om de tussentijdse evaluatie bij te wonen.

Finale mondelinge uiteenzetting en evaluatie

Elke student geeft over zijn masterproef een finale mondelinge uiteenzetting. Deze uiteenzetting is openbaar, voor zover er geen sprake is van vertrouwelijkheidsvoorwaarden. De organisatie van deze voordrachten berust bij de EC. De mondelinge uiteenzetting gebeurt in de taal waarin de masterproef is geschreven. De mondelinge uiteenzetting duurt in de regel 25 minuten (15 minuten presentatie en 10 minuten voor vragen) en wordt door de voltallige beoordelingscommissie bijgewoond. In geval van overmacht wordt de afwezigheid bekendgemaakt aan de EC-voorzitter en wordt een beoordeling (één bladzijde) overgemaakt aan de promotor. Het via geluids- en/of beeldopnames registreren van een mondelinge verdediging van een masterproef door de student, de waarnemer of derden is niet toegelaten, behalve in het geval deze via een videoconferentie verloopt. Een niet-toegelaten opname kan niet worden aangewend als bewijsmateriaal in een administratieve of gerechtelijke procedure en dient bovendien op eerste verzoek te worden vernietigd. Tijdschema:

  • Tussentijdse voordrachten: tijdens de inhaalweek voor de Kerstvakantie
  • Voordrachten tweedesemesterexamenperiode: tijdens de laatste 2 weken van de tweedesemesterexamenperiode
  • Voordrachten tweedekansexamenperiode: tijdens de laatste week van de tweedekansexamenperiode

Beoordeling van de masterproef

Elke masterproef wordt in consensus beoordeeld door de beoordelingscommissie, rekening houdend met het advies van de begeleidingscommissie. De masterproef wordt beoordeeld via een standaard elektronisch evaluatieformulier in Plato en een beschrijvend beoordelingskader (‘rubric’), te vinden op de website van de opleiding. Er zijn drie evaluatiecategorieën: het jaarwerk, de masterproeftekst of het product, en de openbare verdediging. Elke categorie wordt onderverdeeld in verschillende subcriteria. De beoordelingscommissie spreekt zich uit over het eindresultaat (rapportering, mondelinge uiteenzetting, bereikte resultaten …), de begeleidingscommissie over het jaarwerk (creativiteit, inzet, zelfstandigheid …). De drie evaluatiecategorieën worden standaard als volgt gewogen in de eindscore:

  • 30% van de punten: beoordeling van het jaarwerk (praktische en persoonlijke aspecten)
  • 50% van de punten: beoordeling van de masterproeftekst of het product (wetenschappelijke aspecten)
  • 20% van de punten: beoordeling van de openbare mondelinge verdediging (waarvan 10% voor de presentatie en 10% voor de antwoorden op de vragen).

Indien de score op een van de vier evaluatiecategorieën 7/20 of lager is, dan kan de commissie bij consensus beslissen dat de student niet meer kan slagen voor het geheel van de masterproef. Indien de eindscore volgens de vermelde berekeningswijze toch 10/20 (of meer) zou zijn, dan wordt dit teruggebracht tot het hoogste niet-geslaagd cijfer, zijnde 9/20. Als de specifieke voorwaarden worden toegepast, dan is een duidelijke motivering verplicht en is een billijke verantwoording in functie van de eindcompetenties van de masterproef vereist. Als de score op een van de drie evaluatiecategorieën of op een van de onderliggende evaluatiecriteria lager is dan 10/20 dan is een duidelijke motivering noodzakelijk. De consensusbeoordeling wordt door de promotor in Plato ingegeven en door de leden elektronisch goedgekeurd. De voorzitter van de beoordelingscommissie kan de evaluatieformulieren elektronisch raadplegen. Alle commissieleden dienen het beoordelingsformulier elektronisch te ondertekenen in Plato. De promotor geeft daarna de eindbeoordeling (op 20) in via Oasis. Er worden bij de deliberatie geen compensatieregels toegepast voor de masterproef. Tijdschema:

  • Ondertekenen van het evaluatieformulier door alle commissieleden, en ingeven van de eindbeoordeling in Oasis door de promotor; tweedesemesterexamenperiode: voor 1 juli van het doejaar
  • Ondertekenen van het evaluatieformulier door alle commissieleden, en ingeven van de eindbeoordeling in Oasis door de promotor; tweedekansexamenperiode: voor 10 september van het doejaar

Feedback

Elke student heeft recht op feedback over de masterproef, zowel tussentijdse feedback, als feedback op de eindscore. De begeleidingscommissie staat in voor het geven van tussentijdse feedback. De promotor staat in voor de feedback op de eindscore. Na de puntenbekendmaking krijgt de student inzage in het evaluatieformulier. De student krijgt inzage in de motivering, de drie deelscores en de eindscore.


  1. Een promotor moet lid zijn van één van volgende personeelscategorieën: zelfstandig academisch personeel, doctor-assistenten, gepromoveerde onderzoekers in vast of tijdelijk dienstverband van de universiteit en het FWO-Vlaanderen (wetenschappelijk personeel in de graad van postdoctoraal medewerker), gastprofessoren, lesgevers aangeduid bij overeenkomst gesloten met een andere universiteit of hogeschool.